Interview met schrijver / dichter Lévi Weemoedt

“Aan mijn therapeut te horen / zit mijn bril tussen mijn oren”.

Ik zit met Lévi Weemoedt op een terras in Assen. Een vrouw niest, haar vriendin roept: ”Gezondheid”. Weemoedt buigt zich naar de twee toe en zegt: “Zo heet  mijn nieuwe bundel!” Hij legt mij vervolgens uit dat steeds meer mensen allergisch zijn voor het een en ander. Iedereen niest en proest. Dat is heel fijn allemaal, want dat zorgt dan voor gratis reclame… Deze schrijver/dichter van boeken met titels als “Daar komt de bruid…”, “Van harte beterschap – kleine trilogie der treurigheid”, “Ons soort mensen” en “Overal wat”, heeft me intussen het ontwerp voor de cover van zijn nieuwe werk laten zien. Er zit een tissue op. Het boekje verschijnt in oktober 2019 bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, voorzien van zijn pseudoniem.

Wie denkt dat Izaäk Jacobus van Wijk op de leeftijd van 70 jaar met pensioen is, heeft het dus goed mis! Vooral als je bedenkt dat hij in 2018, mede dankzij zijn optreden bij  De Wereld Draait Door, maar liefst 80 000 exemplaren heeft weten te verkopen van de bloemlezing gedichten  “Pessimisme kun je leren!”. Özcan Akyol heeft het samengesteld. Samen met hem heeft hij door het land getrokken en zodoende heel veel boekhandels en theatertjes aangedaan. Op de meeste festivals, waaronder Lowlands, worden ze samen geboekt. Een andere, persoonlijke vriend is Maarten Biesheuvel. Izaäk werd al in zijn beginjaren door Maarten in Propria Cures gespot als “groot schrijver”.  

Intussen is vroeg werk à € 4,99 herdrukt. Het gaat om “Akte van verlating”, opgedragen aan zijn moeder. Als de hoofdpersoon hier de stofzuiger opzettelijk van de trap laat vallen, krijgt hij geen pak slaag. Dat maakt het heel diffuus. Het is afwijkend gedrag en daar heeft hij niet van terug. De personage is Izaäk zelf die affiniteit heeft (gekregen) met mensen die anders zijn dan anderen; onder wie mensen met een psychische stoornis. Hij is er mee opgegroeid. Dat verklaart vast waarom hij bereid is geweest in PLUSminus te verschijnen. In de regel wimpelt hij driekwart van de telefoontjes met een verzoek om een interview af.

Zelf weet Izaäk, helaas, maar al te goed wat zware depressies zijn.  Hij is ook bekend met de afwisseling van lethargie en hyperactiviteit zonder zichzelf te rekenen tot bipolaire patiënten. ”Het zijn uitersten van dingen die we allemaal hebben”, zegt hij. In de ogen van de schrijver/dichter is erfelijkheid  een enorm belangrijke factor. Het lot is daar ook mee bezegeld; zie het volgende gedicht: (bron: Liedjes van Welzijn, Volksgezondheid en cultuur, 1987)

Reddeloos

O, ’t was

zoals mijn Moeder

het voorzag:

ik groeide op

voor galg

en

Riagg.

Als ik vraag of schrijven therapeutisch werkt, stelt Izaäk voorop dat je als schrijver eerst een zekere opgewektheid moet hebben. Je dient licht opgeruimd te zijn. Je moet kunnen lachen om je eigen getob, wil je iets op papier krijgen. Nog voor zijn dertigste kampte de auteur met een alcoholprobleem. “Vraag me niet wat ik er aan heb moeten doen, maar eerder wat ik er voor heb moeten laten”. Schrijven helpt je er niet bovenop. Hij legt verder uit dat ziek zijn een noodgedwongen vorm van narcisme is. Alles draait om jou! Sinds een ingrijpende open-hart operatie is hij overigens minder zwaar op de hand.

Medio augustus  2019 verschijnt een selectie korte verhalen die eerder verschenen zijn doch de tand des tijds hebben doorstaan. Het gaat om “De scherven van het geluk”. De grootste klassieker van zijn werk in verhalende vorm is misschien toch wel “De ziekte van Lodesteijn” (elfde druk 2018). Het gaat om een tragikomisch, autobiografisch werk dat zich afspeelt op een noodschool. De hoofdpersoon  is leraar Klassieke talen (en niet Nederlands, zoals het geval is geweest bij de schrijver zelf) die het aan de stok krijgt met de staf van de school.  Na het verschijnen van het boek heeft de rector  zich laten ontvallen dat hij “hem mooi weggepest had”.  (…) Het leest weg als “Het bureau” van Voskuil. Niettemin was Izaäk er het eerste bij met dit genre! “Met  fantasie bereik je veel maar het moet wel geloofwaardig blijven. Dát, zegt Izaäk, is het geheim van schrijven. Het is beeldende kunst.  Ik probeer te schilderen met woorden. Schrijven is beschrijven”.

Izaäk heeft ook zijn sporen verdiend in de journalistiek en dan met name bij het Algemeen Dagblad. Bovendien heeft hij 7 jaar als docent gewerkt in de bajes. Hij had zich geen betere werkomgeving kunnen toewensen als toen, na het overlijden van zijn vrouw in 2002. Hij leeft van zijn schrijven, als ZZP’er, maar daar heeft hij het nooit over.

Wie zich afvraagt of je ook luister-boeken kunt bestellen, komt bedrogen uit. Althans, er is wel  een werk getiteld – “Een vergeetbaar man 30 jaar verhalen“  – uitgegeven met een cd met ingesproken teksten van Lévi Weemoedt (2005).  Het is echter inmiddels een collectors item. De desbetreffende, innemende uitgever Ad. Donker is overleden. Verder bleek het, let wel, € 75 op te leveren voor Lévi Weemoedt als hij een dag zou doorbrengen in een studio in Weesp om gedichten in te spreken (…)

Izaäk torst 350 gedichten mee, na meer dan 40 jaar schrijven. Waar de dichter telkens de inspiratie vandaan haalt, verschilt. Veelal pikt hij dingen op van de straat. Zo vertelt hij dat hij iemand heeft horen zeggen dat als hij zijn leven een cijfer had moeten geven, het een 4 was. Met dat gegeven kwam Lévi aan met het volgende gedicht: (bron: Met enige vertraging, 2014)

Tevredenheidstest

De kwaliteit van mijn leven

een cijfer gevend.

daarbij rekening houdend

met de factor plezier,

ook geluk in de liefde

in ogenschouw nemend,

depressieve gedachtes als:

“Wat doe ik nog hier?”

kom ik uit op een 4.

Als ik Izaäk vraag waar hij een gedicht van zijn hand zou willen zien in het openbare leven, geeft hij als antwoord dat er één is onder aan de brug in zijn woonplaats Assen. Niet zonder zelfspot vertelt hij er bij dat het een brug betreft die nooit open gaat!

Intussen gaat de telefoon van de schrijver/dichter herhaaldelijke malen over. Hij drukt de meest bellers weg. Met een simpele telefoon want een smartphone is niet aan hem besteed. Hij heeft geen zin “de hele wereld in zijn broekzak te dragen”. Mensen leven in een cocon. De digitale revolutie is ingrijpender dan we denken. The internet is not the answer.

Tot slot vraag ik met wie ik het genoegen had te praten. Met Lévi Weemoedt of met Izaäk Jacobus van Wijk? Dat was de vraag van mijn 12-jarige dochter namelijk. Lévi en Izaäk verschillen, hoor ik. Lévi is verre van 70 zoals Izaäk. Lévi is de dromer, nog steeds een puber met leuke meisjes in zijn hoofd. Geestelijk niet ouder dan 16. Denk aan Peter Pan. Lévi is ook de performer, die bijna al zijn versjes uit zijn hoofd kent als hij voor publiek staat. Izaäk begint meteen te stotteren als je hem vraagt wat op te zeggen. En dat bewijst hij als ik hem vraag een van zijn nieuwste versjes te laten horen. Het blijft lang stil. Dan klinkt eindelijk zijn stem: ‘Aan mijn therapeut te horen/ zit mijn bril tussen mijn oren’.

www.plusminus.nl

La bohème

Deze Franse chanson van Jacques Plante (1920 – +2003) is in 1965 voor het eerst vertolkt door Charles Aznavour (1924 – + 2018). De zanger duikt direct met je terug in de tijd die de generatie van 20 jaar en jonger niet heeft meegemaakt. Er is vanaf het begin onherroepelijk een hang naar nostalgie, zeg maar gerust eeuwige jeugd (“on était jeunes, on était fous”).

Oorspronkelijk verwijst “La bohème” naar Balzac die in 1844 het heeft over een gemeenschap die niks heeft en leeft van wat zij bezit. Hoop doet leven. “(Nous étions quelques-uns, qui attendions la gloire”).De enclave van la bohème die haar hoogtepunt bereikt aan het begin van de 20e eeuw bevindt zich in Montmartre. Het is een kunstenaarsoord waar intelligentsia en artiesten zich moeten behelpen met wat ze hebben. De één verruilt dichtregels tegen eten, de ander poseert naakt.

Als de zanger tegen het einde van het lied terugkeert op vertrouwd terrein, levert Montmartre echter  een trieste aanblik op (“Montmartre semble triste”) met seringen die er verwelkt bij hangen (‘les lilas sont morts’).  In de laatste strofe zingt Aznavour dat de verteller, die inmiddels op leeftijd is,  Montmartre niet meer terug herkent. Of dit komt doordat hij de tijdgeest niet meer goed aanvoelt of omdat de kunstenaarskolonie haar ziel heeft verloren en is overgeleverd aan het toerisme blijft vooralsnog onduidelijk… 

Ik luister hier het liefst met mijn stille liefde naar. Al is er een generatiekloof tussen ons, onze liefde is minstens zo sterk als de liefde die Aznavour bezingt van de jonge kunstenaars onder elkaar.

Wie niet weg is, is gezien (mei 2016)

Vooruitlopend op het vluchtelingendebat in de Q-Factory op maandag 9 mei ging Annemarije Pronk naar de Meevaart. Daar speelde ‘Remember Amsterdam – Crash Course Refugee’ in het kader van het festival Ongekend Bijzonder. Het festival vraagt aandacht voor de levensverhalen van vluchtelingen die noodgedwongen hun land hebben moeten verlaten. De focus ligt op de vraag hoe zij in Nederland een nieuw leven hebben opgebouwd en wat zij als hun bijdrage aan de vier grote steden van Nederland zien.

Het publiek gaat op cursus, spoedcursus vluchtelingenbestaan wel te verstaan. Vanaf het begin van de voorstelling word je meegesleurd in de belevingswereld van de vluchtelingen waarbij het Nederlands wordt afgewisseld met het Engels. Het is onmogelijk afstand te bewaren. Het begint met wachten op de voorstelling: vijf à tien minuten. Voor vluchtelingen kunnen dat zes maanden, een jaar, jaren  zijn. Dan verschijnen beelden afgewisseld met teksten op een groot scherm en een 27-jarige Syriër die in gebroken Nederlands doorneemt wat er op je afkomt als vluchteling.

‘Hoe vaak ben je bezig met de vluchtelingenproblematiek?
Acteurs met verschillende nationaliteiten stellen intussen mensen uit de zaal vragen als ‘Hoe vaak ben je bezig met de vluchtelingenproblematiek?’, ‘Mag ik in uw tas kijken, in het kader van een standaardprocedure?’ Met deze interactie kun je je onmogelijk afzijdig houden. Wat je als burger in de buitenwereld echter wel doet uit zelfbehoud nietwaar? Mij wordt in het Engels gevraagd of ik een hoofddoekje zou dragen. Waarop ik ‘not necessarily’  antwoord. Dan volgt telkens de terugkerende stelling: een nette leugen is beter dan de rommelige waarheid…  Oud-wethouder Pieter Hilhorst draagt uit zijn hoofd een gedicht voor van Slauerhoff: ‘In Nederland wil ik niet leven’. Maar je hebt niet altijd de keus denk ik er achter aan. Zeker niet als vluchteling.

Herinneringen Asielprocedure in jaren ’90
In een documentaire komt een echtpaar op leeftijd voorbij, dat niet een tweede keer de Tweede Wereldoorlog wil meemaken. Zij heeft geld in het buitenland gespaard voor het geval dat. Project-coördinator van het festival Firoez Azarhoosh uit Iran vertelt vanuit een fietstaxi en hoe de asielprocedure was in de jaren ’90: een interview op Schiphol met de vreemdelingenpolitie, één à twee keer bij de advocaat langs, en acht maanden later de uitkomst van de procedure. Vanaf toen voelde hij zich een man uit Iran en een ingezetene van Amsterdam. Hij stelt vast dat het klimaat in Nederland anders is geworden. Nu wordt hij weer geconfronteerd met zijn vluchtelingen verleden: triest, maar al te waar denk ik erbij. Wat moedig dat hij er niet voor terugdeinst om dit te ruiterlijk toe te geven… De Nederlandse asielprocedure anno  2016 is vele malen uitgebreider: eerst registratie met stempel, gevolgd door een periode van rust en voorbereiding op het verhoor waarbij wordt verwacht dat je jezelf voorstelt, waar je vandaan komt, en foto’s laten zien die je verhaal onderbouwen, gevolgd door stap vier die een nader verhoor om te zien of je vluchtverhaal consistent is. Tot slot twee stappen die het geheel afsluiten: een evaluatie en de eindbeslissing waarin je als vluchteling niks in te brengen hebt.

Aan een aantal vluchtelingen wordt gevraagd wat zij het meest missen en dan blijken het leraren op school te zijn, vrienden (die in de herinnering dreigen weg te glijden), plekken met jeugdherinneringen. De eerste indrukken die zij hebben opgedaan van het toevluchtsoord NL komen summier aan bod: Damascus is net zo’n drukke stad als Amsterdam waar veel minder fietsen rijden! Een jonge vluchteling zegt voor de camera dat het voor jongeren makkelijker is een nieuw leven aan te meten, dan voor ouderen.  Als jongere kun je de taal leren, vrienden maken. Maar je zult je desondanks altijd anders blijven voelen. Dan wordt het publiek gevraagd met ogen dicht te bedenken wat het van huis zou meenemen als dierbaar souvenir. Geld, foto’s ?

Onwil of onkunde?
Met een stuk karton wordt een reis uitgezet die als gevaarlijk werd beleefd door een acteur uit België. Maar eigenlijk is het niet te vergelijken met de reis die vluchtelingen genoodzaakt zijn te nemen. Weer een nuance, weer een relativering van de belevingswereld tussen Westerse burgers en burgers uit oorlogsgebieden. Mensen in Europa kunnen zich eigenlijk geen voorstelling maken van de oorlog met al haar wreedheden. Kwestie van onwil of onkunde?

Tot slot wordt een troostpakket uitgedeeld met one liners als ‘I’m not a number’, Nee heb je, ja kun je krijgen , ‘protect people not boarders’, koopmansmentaliteit, ‘I will never kill!’, love, human rights, compassion en ‘Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen’.

Bij het afscheid met de acteurs krijgt het publiek een witte zakdoek mee met de opdruk ‘Remember Amsterdam – Crash Course Refugee’. Er staan spaarvarkens om een bijdrage te leveren voor de vluchtelingen die betrokken waren bij de opzet van de voorstelling. Geen feestvarkens dus. Daar is de realiteit te pijnlijk voor.

www.oost-online.nl

 

Quote by Oliver Sacks (1933 – 2015)

“Music can lift us out of depression or move us to tears – it is a remedy, a tonic, orange juice for the ear. But for many of my neurological patients, music is even more – it can provide access, even when no medication can, to movement, to speech, to life. For them, music is not a luxury, but a necessity.”