Wie niet weg is, is gezien (mei 2016)

Vooruitlopend op het vluchtelingendebat in de Q-Factory op maandag 9 mei ging Annemarije Pronk naar de Meevaart. Daar speelde ‘Remember Amsterdam – Crash Course Refugee’ in het kader van het festival Ongekend Bijzonder. Het festival vraagt aandacht voor de levensverhalen van vluchtelingen die noodgedwongen hun land hebben moeten verlaten. De focus ligt op de vraag hoe zij in Nederland een nieuw leven hebben opgebouwd en wat zij als hun bijdrage aan de vier grote steden van Nederland zien.

Het publiek gaat op cursus, spoedcursus vluchtelingenbestaan wel te verstaan. Vanaf het begin van de voorstelling word je meegesleurd in de belevingswereld van de vluchtelingen waarbij het Nederlands wordt afgewisseld met het Engels. Het is onmogelijk afstand te bewaren. Het begint met wachten op de voorstelling: vijf à tien minuten. Voor vluchtelingen kunnen dat zes maanden, een jaar, jaren  zijn. Dan verschijnen beelden afgewisseld met teksten op een groot scherm en een 27-jarige Syriër die in gebroken Nederlands doorneemt wat er op je afkomt als vluchteling.

‘Hoe vaak ben je bezig met de vluchtelingenproblematiek?
Acteurs met verschillende nationaliteiten stellen intussen mensen uit de zaal vragen als ‘Hoe vaak ben je bezig met de vluchtelingenproblematiek?’, ‘Mag ik in uw tas kijken, in het kader van een standaardprocedure?’ Met deze interactie kun je je onmogelijk afzijdig houden. Wat je als burger in de buitenwereld echter wel doet uit zelfbehoud nietwaar? Mij wordt in het Engels gevraagd of ik een hoofddoekje zou dragen. Waarop ik ‘not necessarily’  antwoord. Dan volgt telkens de terugkerende stelling: een nette leugen is beter dan de rommelige waarheid…  Oud-wethouder Pieter Hilhorst draagt uit zijn hoofd een gedicht voor van Slauerhoff: ‘In Nederland wil ik niet leven’. Maar je hebt niet altijd de keus denk ik er achter aan. Zeker niet als vluchteling.

Herinneringen Asielprocedure in jaren ’90
In een documentaire komt een echtpaar op leeftijd voorbij, dat niet een tweede keer de Tweede Wereldoorlog wil meemaken. Zij heeft geld in het buitenland gespaard voor het geval dat. Project-coördinator van het festival Firoez Azarhoosh uit Iran vertelt vanuit een fietstaxi en hoe de asielprocedure was in de jaren ’90: een interview op Schiphol met de vreemdelingenpolitie, één à twee keer bij de advocaat langs, en acht maanden later de uitkomst van de procedure. Vanaf toen voelde hij zich een man uit Iran en een ingezetene van Amsterdam. Hij stelt vast dat het klimaat in Nederland anders is geworden. Nu wordt hij weer geconfronteerd met zijn vluchtelingen verleden: triest, maar al te waar denk ik erbij. Wat moedig dat hij er niet voor terugdeinst om dit te ruiterlijk toe te geven… De Nederlandse asielprocedure anno  2016 is vele malen uitgebreider: eerst registratie met stempel, gevolgd door een periode van rust en voorbereiding op het verhoor waarbij wordt verwacht dat je jezelf voorstelt, waar je vandaan komt, en foto’s laten zien die je verhaal onderbouwen, gevolgd door stap vier die een nader verhoor om te zien of je vluchtverhaal consistent is. Tot slot twee stappen die het geheel afsluiten: een evaluatie en de eindbeslissing waarin je als vluchteling niks in te brengen hebt.

Aan een aantal vluchtelingen wordt gevraagd wat zij het meest missen en dan blijken het leraren op school te zijn, vrienden (die in de herinnering dreigen weg te glijden), plekken met jeugdherinneringen. De eerste indrukken die zij hebben opgedaan van het toevluchtsoord NL komen summier aan bod: Damascus is net zo’n drukke stad als Amsterdam waar veel minder fietsen rijden! Een jonge vluchteling zegt voor de camera dat het voor jongeren makkelijker is een nieuw leven aan te meten, dan voor ouderen.  Als jongere kun je de taal leren, vrienden maken. Maar je zult je desondanks altijd anders blijven voelen. Dan wordt het publiek gevraagd met ogen dicht te bedenken wat het van huis zou meenemen als dierbaar souvenir. Geld, foto’s ?

Onwil of onkunde?
Met een stuk karton wordt een reis uitgezet die als gevaarlijk werd beleefd door een acteur uit België. Maar eigenlijk is het niet te vergelijken met de reis die vluchtelingen genoodzaakt zijn te nemen. Weer een nuance, weer een relativering van de belevingswereld tussen Westerse burgers en burgers uit oorlogsgebieden. Mensen in Europa kunnen zich eigenlijk geen voorstelling maken van de oorlog met al haar wreedheden. Kwestie van onwil of onkunde?

Tot slot wordt een troostpakket uitgedeeld met one liners als ‘I’m not a number’, Nee heb je, ja kun je krijgen , ‘protect people not boarders’, koopmansmentaliteit, ‘I will never kill!’, love, human rights, compassion en ‘Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen’.

Bij het afscheid met de acteurs krijgt het publiek een witte zakdoek mee met de opdruk ‘Remember Amsterdam – Crash Course Refugee’. Er staan spaarvarkens om een bijdrage te leveren voor de vluchtelingen die betrokken waren bij de opzet van de voorstelling. Geen feestvarkens dus. Daar is de realiteit te pijnlijk voor.

www.oost-online.nl

 

Quote by Oliver Sacks (1933 – 2015)

“Music can lift us out of depression or move us to tears – it is a remedy, a tonic, orange juice for the ear. But for many of my neurological patients, music is even more – it can provide access, even when no medication can, to movement, to speech, to life. For them, music is not a luxury, but a necessity.”

Dodenherdenking omgeving Parijs 2010

    

Zo’n 200 man, jong en oud, onder wie een aantal leden van de Nederlandse Vereniging, hadden zich verzameld op het Nederlandse ereveld van Orry-La-Ville voor de jaarlijkse dodenherdenking. De plechtigheid begon, mede in aanwezigheid van hoogwaardigheidsbekleders en militair vertoon, met het signaal Aux champs.

De ceremonie werd in het Frans en het Nederlands geleid volgens een strak protocol: op een toespraak van Z.E. Ambassadeur Hugo Siblesz volgde een voordracht van dominee Harrie de Reus die eerder in gebed was voorgegaan. Voorts waren er bijdragen van scholieren van het Lycée International uit Saint-Germain-en-Laye en de plaatstelijke school van Orry-La-Ville, een dorpje dat zo’n 30 km ten  noorden van Parijs gelegen is. Bij toerbeurt werden gedichten voorgedragen, namen van overledenen die op de erebegraafplaats begraven liggen afgeroepen en een bewerking van een verzetslied uit de Tweede Wereldoorlog gezongen: Complainte du partisan – een lied dat destijds in 1943 in Londen geschreven is door Emmmanuel d’Astier de la Vigerie. De leerlingen sloten hun bijdrage af met het loslaten van witte (vredes-)duiven.

Vervolgens werd overgegaan tot de kranslegging (déposer les gerbes). De Nederlandse ambassadeur in Frankrijk, de Defensie Attaché, een vertegenwoordiger van het Nederlands Verzet, de burgemeester van Orry-La-Ville, de loco burgemeester van Kappelle, een aantal andere Franse en Nederlandse gezagsdragers alsmede de vice-voorzitter en secretaris van de Nederlandse Vereniging hebben kransen gelegd bij het monument van het ereveld ter nagedachtenis aan hen die daar hun rustplaats vonden: Nederlandse militairen en burgers die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen op Frans grondgebied: burgers, militairen, mensen uit het verzet: allen waren jong/oud/man/vrouw.

Na de kranslegging werd het commenado Aux morts gegeven (op de trompet), waarna een minuut stilte in acht werd genomen. Na het Wilhelmus en de Marseillaise werd het signaal Aux drapeaux geblazen en werden de Nederlandse en Franse vlag in top gehesen (cérémonie des couleurs).

De plechtigheid werd gesloten met het signaal Aux champs door de Franse erewacht.

De ambassadeur maakte een rondgang langs de graven, gevolgd door de aanwezige belangstellenden die de mogelijkheid werd geboden het bezoekersregister te tekenen waarin de Ambassadeur, autoriteiten en nabestaanden hun waren voorgegaan.

De plaatselijke gemeente Orry-La-Ville, waar Nederland sinds 1958 beschikt over een door de Franse autoriteiten toegewezen terrein voor de nagedachtenis van de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, bood ter afsluiting een drankje aan. Het muziekkorps van de gemeente Kapelle uit Nederland, waarmee de Franse gemeente verzusterd is, zorgde daarbij voor een muzikale noot. Deze stad in Zeeland beschikt overigens over een Frans ereveld waar medio mei een jaarlijkse plechtigheid is rondom de dodenherdenking van de Franse slachtoffers van de periode ’40-’45. Nederlanders die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt waren aanwezig op deze 65e dodenherdenking en luisterden aandachtig naar de woorden die ambassadeur Hugo Siblesz sprak:

“Volgens een oud-gezegde overlijdt een persoon twee keer. De eerste keer wanneer zijn lichaam overlijdt en de tweede keer als de laatste van diegenen die hem hebben gekend, overlijdt. Op deze dag van herdenking zou ik daar voor wat betreft mensen die hun leven hebben gegeven voor een ideaal, een derde dimensie aan willen toevoegen: dat is het moment wanneer er überhaupt niet meer wordt stilgestaan bij deze idealen.”

Dominee Harrie de Reus stond stil bij het lot van Anne Frank, haar familie en de vele Joodse slachtoffers – dit jaar is het 50 jaar geleden dat het Anne Frank Huis werd opgericht als museum aan de Prinsengracht. Hij citeerde de volgende tekst van Anne Frank (d.d. 15 juli 1944) waarin Anne haar idealen als volgt onder woorden brengt:

“Het is een groot wonder, dat ik niet al mijn verwachtingen heb opgegeven, want ze lijken absurd en onuitvoerbaar. Toch houd ik ze vast, ondanks alles, omdat ik nog steeds aan de innerlijke goedheid van den mens geloof. Het is me tenenenmale onmogelijk alles op te bouwen op basis van dood, ellende en verwarring. Ik zie hoe de wereld langzaam steeds meer in een woestijn herschapen wordt, ik hoor steeds harder de aanrollende donder, die ook ons zal doden, ik voel het leed van miljoenen mensen mee – en toch, als ik naar de hemel kijk, denk ik, dat alles weer ten goede zal wenden, dat ook deze hardheid zal ophouden, dat er weer rust en vrede in de wereldorde zal komen”.

We leven nu 66 jaar later en moeten helaas constateren dat gewapende conflicten en mensonterende situaties in verschillende werelddelen nog steeds aan de orde van de dag zijn.

Nederlandse Vereniging van Parijs en omgeving

Vondsten bij de bouw van de Noord-Zuid lijn in Amsterdam

Archeoloog Peter K. is door de gemeente aangesteld als hoofd om een groep deskundigen – vrijwilligers te leiden bij de opgravingen die zijn gedaan bij de aanleg van de Noord-Zuid lijn en deze wetenschappelijk te verwerken. Er worden onder meer haken om schuiten af te meren opgegraven, alsmede glas, botjes, hout, goudleerbehang en nog vele andere materialen meer. De heer Puype is gespecialiseerd in wapens en toebehoren. Hij heeft zijn expertise opgedaan tijdens zijn werkzaamheden bij het Scheepvaartmuseum als bibliothecaris en daarna toen hij 15 jaar lang conservator oude wapens was bij het Legermuseum te Delft. De vondsten worden door de archeologen eerst ontdaan van modder en allerlei aangroeisels, gesorteerd en daarna geïdentificeerd, vervolgens geclassificeerd en tot slot beschreven. Bij de tunnel die gebouwd werd voor de Noord-Zuid lijn zijn 2 machines te pas gekomen. Daarna werden na elk geboord stuk 2 containers geplaatst. Er moest van te voren natuurlijk gebaggerd worden. Archeologen hebben in het water gestaan tot aan hun middel om hun werk te doen. Er was telkens slechts beperkte tijd (2 weken) om te graven en te vissen want dan ging er weer een stel de grond in. De opgravingen zijn o.a. gedaan ter hoogte van de Nieuwe Brug bij het Damrak. Dat is oorspronkelijk aan de monding van de Amstel en daar zijn bij voorbeeld opvallend veel pikhaken gevonden omdat deze werden ingezet bij het afmeren van de boten aan palen. Over het algemeen is alles dat in de modder is gezakt goed geconserveerd gebleven. Momenteel worden de vondsten opgeslagen in het gebouw de Bazel. Er wordt gezocht naar een nieuw onderkomen om de vondsten te verwerken. Er zijn wel honderden pijlpunten en kogels gevonden. Als archeoloog bewaar je alles. Er zijn al bruiklenen tot stand gekomen aan ofwel musea uit andere plaatsen ofwel het Amsterdam Museum, voorheen het Amsterdams Historisch Museum. Een saillante groep vormen de zogenoemde klootdolken waarvan de grepen een fallis symboliseren. Deze dolken werden vaak ostentatief vóór het kruis gedragen door burgers en militairen. Klootdolken waren bij het binnenkomen in de stad aan bepaalde beperkingen onderworpen, waren ze bij voorbeeld te lang dan werden ze in beslag genomen en vervolgens onklaar gemaakt. Van heel veel aardewerk zijn scherven gevonden die zijn schoongemaakt en als dat mogelijk was daarna weer aan elkaar geplakt. Er komen publicaties over alle vondsten, ook een deel over de wapens en toebehoren. De heer Puype is nog bezig deze te schrijven. Het is aantrekkelijk de vondsten te kunnen koppelen aan de locaties en te bepalen op welke manier zij in de grond of te water zijn geraakt. Deze publicatie zal als een catalogus worden uitgegeven, één in een reeks. Hiermee kunnen andere wetenschappers erop voortbouwen. Er komt ook een inleidend boek met voor iedereen begrijpelijke teksten. De verwachting is dat het lezersrubriek bestaat uit collega’s van andere musea, historici, wapenverzamelaars en het grote publiek met interesse voor wapens. Idealiter verschijnen deze boeken binnen de komende 3 jaar. Er komt een expositie in de nieuwe metro, tussen de roltrappen. 

www.amsterdamfm.nl mei 2014