Opnames in Parijs

De eerste keer dat ik in een psychiatrisch ziekenhuis werd opgenomen was in het buitenland, in het holst van de nacht.

Ik kan me nog herinneren dat iemand de weg afzette zodat ik begeleid kon worden naar een aftands bestelbusje. Kort te voren waren mijn ouders telefonisch ingelicht. Toen ik de volgende dag wakker werd, lag ik in een bed en merkte ik dat ik mijn eigen kleding niet aan had. Ik greep mis naar mijn horloge en mijn mobiele telefoon. Ik bleek in Hôpital Sainte Anne te zijn, een tussenstation. Eten werd gebracht in mijn kamertje maar dat eten vertrouwde ik niet. Ik had immers de vorige dag meegemaakt dat op het moment dat ik het huis uitvluchtte en daarbij mijn partner en dochter achterlatend, ik niemand kon bereiken met mijn telefoon en, minstens zo erg, niemand míj telefonisch kon bereiken. Dit was geen waanbeeld. Ik had kort te voren gebeld met een journalist van het Parool en de verwachting uitgesproken dat het huis van Oranje in het in de toekomst voor het zeggen zou krijgen. Het is voor mij nog steeds een moment in mijn leven geweest dat mijn identiteit gewist had kunnen worden zonder schuldvraag.

Ik werd gezien door een jong ogende psychiater met een Poolse achternaam. Voor ik er erg in had, was ik omringd door personeel van het ziekenhuis met witte jassen aan en werd ik platgespoten. Toen ik ontwaakte, stonden mijn vader en broer uit Nederland naast mijn bed. het bed stond in Hôpital Bichat, Secteur Montmartre. Mijn ervaring van de 2 weken durende ziekenhuisopname die erop volgde, was dat ik geen enkel vertrouwen had in het hele gebeuren en dus de medicatie door de wc trok, minimaal at in de kantine waar de patiënten afgezonderd aten van de verpleging en dat ik smulde van de reep chocolade van de vrouw op leeftijd van de Nederlandse Vereniging die me de dag ervoor had opgevangen op straat. Zij was er bij dat ik het drankje dat ze voor me besteld had in een café, waar toevalligerwijs Nederlanders zaten, ineens uitspuugde: was ik niet eerder die dag ontglipt aan een verdwijning? Ik zou later nog vaak door mijn intuïtie laten leiden.


Voor de rokers van het ziekenhuis was er een buitenruimte toegankelijk die later is gesloten vanwege suïcide gevallen vanaf dat dak. De gemeenschappelijke ruimte had veel weg van een zaal voor bejaarden die naar een stokoude televisie turen. Keek ik naar buiten, dan zag ik de “ergste” gevallen op een lagere etage buiten lopen. Ik zal nooit vergeten hoe ik schizofrenie patiënten daar letterlijk zag worstelen met hun demonen. Verder stond er ineens een naakte man naast mijn bed.

Na 2 weken ging ik aan het werk bij mijn nieuwe werkgever die van niks wist, 40 uur per week! Aangezien ik iedere dag tientallen druppels haldol slikte, liep ik er als een zombie rond.

De begeleiding na mijn eerste opname in Frankrijk is nihiel geweest. Met mijn depressie die 8 maanden ging duren was mijn behandelaar een psychiater die er wel voor de pillen was maar niet voor het praten. Toen ik maandenlang antidepressiva bleef slikken – ook lang nadat de depressie voorbij was – ben ik met Pasen 2009 op doorreis in Nederland met een psychotisch manisch beeld opgenomen. De diagnose Bipolaire stoornis I werd gesteld door een zeer vakkundige, vrouwelijke psychiater uit België. Terug in Parijs heb ik direct contact gezocht met de polikliniek CMP (Centre Médico Psychiatrique) om me in te schrijven als regulier patiënt. Ik hoefde voortaan niet meer € 65  per consult van amper 10 minuten te betalen. Ik kon bij de polikliniek CMP met de regelmaat van 1x per maand mijn behandelend psychiater zien.

Tijdens de kerstvakantie 1 ½ jaar later werd ik opnieuw opgenomen, wederom in de Oostelijke Binnenring.

Het grootste verschil met mijn opnames in Frankrijk en Nederland was de duur van het verblijf: 2 weken in Frankrijk versus 2 maanden in Nederland. Kwestie van beddentekort?
Home sweet home zullen we maar zeggen!

N.B. De vrouw op leeftijd die mij geholpen heeft, en met mij vele andere lotgenoten, heeft 60 jaar lang gewerkt voor de liefdadigheidsinstelling Royal British Legion van wie zij een onderscheiding heeft mogen ontvangen. Zij heeft zich ook jarenlang ingezet voor Nederlandse organisaties als Aneas en de ANWB alarmcentrale. Een koninklijke onderscheiding van toenmalige koningin Beatrix is haar helaas niet ten deel gevallen. Volgens de toenmalige Consul bij wie ik de aanvraag voor een onderscheiding had ingediend zou in dat geval iedereen wel hiervoor in aanmerking komen. Dat is en blijft een schande!