Dodenherdenking omgeving Parijs 2010

    

Zo’n 200 man, jong en oud, onder wie een aantal leden van de Nederlandse Vereniging, hadden zich verzameld op het Nederlandse ereveld van Orry-La-Ville voor de jaarlijkse dodenherdenking. De plechtigheid begon, mede in aanwezigheid van hoogwaardigheidsbekleders en militair vertoon, met het signaal Aux champs.

De ceremonie werd in het Frans en het Nederlands geleid volgens een strak protocol: op een toespraak van Z.E. Ambassadeur Hugo Siblesz volgde een voordracht van dominee Harrie de Reus die eerder in gebed was voorgegaan. Voorts waren er bijdragen van scholieren van het Lycée International uit Saint-Germain-en-Laye en de plaatstelijke school van Orry-La-Ville, een dorpje dat zo’n 30 km ten  noorden van Parijs gelegen is. Bij toerbeurt werden gedichten voorgedragen, namen van overledenen die op de erebegraafplaats begraven liggen afgeroepen en een bewerking van een verzetslied uit de Tweede Wereldoorlog gezongen: Complainte du partisan – een lied dat destijds in 1943 in Londen geschreven is door Emmmanuel d’Astier de la Vigerie. De leerlingen sloten hun bijdrage af met het loslaten van witte (vredes-)duiven.

Vervolgens werd overgegaan tot de kranslegging (déposer les gerbes). De Nederlandse ambassadeur in Frankrijk, de Defensie Attaché, een vertegenwoordiger van het Nederlands Verzet, de burgemeester van Orry-La-Ville, de loco burgemeester van Kappelle, een aantal andere Franse en Nederlandse gezagsdragers alsmede de vice-voorzitter en secretaris van de Nederlandse Vereniging hebben kransen gelegd bij het monument van het ereveld ter nagedachtenis aan hen die daar hun rustplaats vonden: Nederlandse militairen en burgers die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen op Frans grondgebied: burgers, militairen, mensen uit het verzet: allen waren jong/oud/man/vrouw.

Na de kranslegging werd het commenado Aux morts gegeven (op de trompet), waarna een minuut stilte in acht werd genomen. Na het Wilhelmus en de Marseillaise werd het signaal Aux drapeaux geblazen en werden de Nederlandse en Franse vlag in top gehesen (cérémonie des couleurs).

De plechtigheid werd gesloten met het signaal Aux champs door de Franse erewacht.

De ambassadeur maakte een rondgang langs de graven, gevolgd door de aanwezige belangstellenden die de mogelijkheid werd geboden het bezoekersregister te tekenen waarin de Ambassadeur, autoriteiten en nabestaanden hun waren voorgegaan.

De plaatselijke gemeente Orry-La-Ville, waar Nederland sinds 1958 beschikt over een door de Franse autoriteiten toegewezen terrein voor de nagedachtenis van de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, bood ter afsluiting een drankje aan. Het muziekkorps van de gemeente Kapelle uit Nederland, waarmee de Franse gemeente verzusterd is, zorgde daarbij voor een muzikale noot. Deze stad in Zeeland beschikt overigens over een Frans ereveld waar medio mei een jaarlijkse plechtigheid is rondom de dodenherdenking van de Franse slachtoffers van de periode ’40-’45. Nederlanders die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt waren aanwezig op deze 65e dodenherdenking en luisterden aandachtig naar de woorden die ambassadeur Hugo Siblesz sprak:

“Volgens een oud-gezegde overlijdt een persoon twee keer. De eerste keer wanneer zijn lichaam overlijdt en de tweede keer als de laatste van diegenen die hem hebben gekend, overlijdt. Op deze dag van herdenking zou ik daar voor wat betreft mensen die hun leven hebben gegeven voor een ideaal, een derde dimensie aan willen toevoegen: dat is het moment wanneer er überhaupt niet meer wordt stilgestaan bij deze idealen.”

Dominee Harrie de Reus stond stil bij het lot van Anne Frank, haar familie en de vele Joodse slachtoffers – dit jaar is het 50 jaar geleden dat het Anne Frank Huis werd opgericht als museum aan de Prinsengracht. Hij citeerde de volgende tekst van Anne Frank (d.d. 15 juli 1944) waarin Anne haar idealen als volgt onder woorden brengt:

“Het is een groot wonder, dat ik niet al mijn verwachtingen heb opgegeven, want ze lijken absurd en onuitvoerbaar. Toch houd ik ze vast, ondanks alles, omdat ik nog steeds aan de innerlijke goedheid van den mens geloof. Het is me tenenenmale onmogelijk alles op te bouwen op basis van dood, ellende en verwarring. Ik zie hoe de wereld langzaam steeds meer in een woestijn herschapen wordt, ik hoor steeds harder de aanrollende donder, die ook ons zal doden, ik voel het leed van miljoenen mensen mee – en toch, als ik naar de hemel kijk, denk ik, dat alles weer ten goede zal wenden, dat ook deze hardheid zal ophouden, dat er weer rust en vrede in de wereldorde zal komen”.

We leven nu 66 jaar later en moeten helaas constateren dat gewapende conflicten en mensonterende situaties in verschillende werelddelen nog steeds aan de orde van de dag zijn.

Nederlandse Vereniging van Parijs en omgeving