Jongerenwerkloosheid: politiek gaat wederom vrijuit

Stel je voor: je bent begin twintig, afgestudeerd in de ICT (met stage-ervaring) en je duikelt van de ene op de andere dag van 50 werkuren per week naar 0 uur. Wat doe je dan? Solliciteren natuurlijk: minstens 20x per week, als het moet! Vervolgens er achter aan bellen en op gesprek zien te komen. En dan blijkt dat je telkens wordt afgewezen. Redenen te over: je bent ofwel te enthousiast, overdressed, underdressed, overgekwafiliciteerd, of, in tegendeel, is je curriculum vitae in de ogen van de werkgever niet zwaar genoeg. Of je hebt niet de goede kleur das om (!) Tot overmaat van ramp besluit je een naam te verzinnen en gebruik je Jantje in plaats van je eigen voornaam: Dai.
Begin 2015 werkt Dai inmiddels 2,5 jaar voor zijn oude stage-werkgever zonder uitbetaald te worden. Hij kan zodoende recente werkervaring in zijn CV opnemen voor zijn sollicitaties. Een politica stelt voor dat je als gedupeerde van discriminatie het beste social media kunt inzetten omdat grote bedrijven gevoeliger zijn voor laster campagnes dan voor een melding bij Meldpunt Discriminatie.


Debat Jeugdwerkloosheid en kansenongelijkheid
Deze anekdote die Dai en personne vertelt ter gelegenheid van een debat over jeugdwerkloosheid, raakt de kern van het probleem voor (kinderen van) allochtonen: discriminatie op grond van naam, bij de voorselectie. Een Marokkaanse van 22 jaar werd pas op gesprek gevraagd toen ze de voornaam Linda aanvoerde. Via Meldpunt Discriminatie kwam er een rechtszaak die echter geseponeerd werd. Een Surinaamse jongen met een uitstekend cv kreeg te horen dat hij een sterke Amsterdamse tongval had, een ander werd met 22 jaar te oud bevonden…
Vorig jaar werd dit debat georganiseerd door mensen van instellingen die er dit jaar geen vervolg aan hadden gegeven. Het zijn de jongeren Abdil en Mouaad zélf geweest die het initiatief hebben genomen deze avond te organiseren. De reden is dat zij geen inzicht hebben in wat er gebeurd is met de aanbevelingen van januari 2014.
De politieke partijen met hun beleid c.q. wensen die erop afgerekend kunnen worden voor én na de uitkomst van de gemeenteraadsverkiezingen zijn op stadsdeelniveau Groen links, en met name voor wat betreft de gemeenteraad D66 en SP welke uitgenodigd zijn, achter een tafel.
De moderator van de avond, Hafsa, spreekt een zaal toe die tjokvol zit (80 man). De sfeer is eerst bedeesd en beleefd maar naderhand emotioneel en strijdlustig. Er is een jonge vrouw Souad die de aanwezige politici eraan herinnert dat er 10 jaar terug een debat was met hetzelfde thema. Daaruit kwamen aanbevelingen voort waarvan zij zich afvraagt wat er concreet mee is gedaan door het stadsdeel. Hoe stadsdelen banen kunnen creëren terwijl 50 000 ambtenaren ontslagen zijn in 2014 is voor haar een raadsel. Antwoorden blijven uit.


Positieve geluiden
Afgezien van concrete gevallen van kansenongelijkheid zijn er echter ook positieve geluiden te horen. Tasnime vertelt over haar project dat succesvol is uitgezet in Amsterdam. Het gaat om huiswerkbegeleiding van personeel in filialen van Albert Heijn. Dankzij de steun en toeverlaat van meewerkende studenten scoren de jongeren hogere cijfers op school. De teamcoach van het Jeugd Preventie Team (JPT), Abdullah, legt uit dat zijn team zich inzet voor de veiligheid van de buurt en daarbij hangjongeren aanspreekt op hun gedrag. Het is hem gelukt maar liefst 25 jongeren aan werk te helpen, mede dankzij een netwerk.


Cijfers en realiteit
Dan komen de thema ’s stage en werkgelegenheid naar voren. In Amsterdam zijn 18 000 jongeren op zoek naar werk – hetgeen 40% is van het totaal – voor minimaal 12 uur per week van wie 60% nog op school zit (cijfers begin 2015, Red.). De jongeren met minimaal MBO niveau 2 maken meer kans op werk. Meer dan 40 % van de totale werkloosheid heeft geen startkwalificatie. Onder hen heeft 40 % geen westerse achtergrond. Landelijk gezien zijn er 800 000 werklozen, wat neerkomt op 8 % van de beroepsbevolking. Jongeren zonder werk staan onder druk omdat zij schulden moeten afbetalen, hun ouders helpen en aan hun eigen toekomst moeten denken. Vrijwilligerswerk is “ok” maar voor deze jongeren heeft geld verdienen de prioriteit. Stages worden slecht of niet vergoed. (Bron cijfers en statistische gegevens: O & S en CBS).

Reacties uit de zaal

Aanbevelingen debat 2014 en uitkomsten
Hierbij een greep uit de aanbevelingen van vorig jaar:
pak discriminatie aan, leg een boycot op aan het bedrijfsleven, stel een jeugdwerkgarantieplan op, bied trainingen op maat aan jongeren die graag ondernemen, schep meer stageplekken, probeer met social return meer jongeren in dienst te laten nemen…
Er zijn jonge bedrijven die zijn ingesprongen op de vraag naar trainingen, stageplekken, competenties, netwerk: Dynamo, Starters4Communiations, Ready4Work, Amsterdam aan het werk, Mediatrainingen, Buurtbali. Een burgerinitiatief dat in het oog springt is streetSmart: een stichting die lokale talenten helpt ontwikkelen en tegen de tijdgeest in gaat. Dagelijks komen ze jongens en meisjes tegen zonder hoop. “Zo krijgen de mensen mét diploma net zo goed een baan als schoonmaker”. Ik word uitgenodigd er een kijkje te nemen voor de volgende Dwars krant van Amsterdam Oost. Wordt vervolgd dus!
Ook het jongerenplatform (JPF) – een initiatief van jonge buurtbewoners – geeft de jongeren de gelegenheid zich uit te spreken over de situatie.. Zij hebben vanaf 10 februari 2015 ook een facultatieve zetel in de technische commissie van Stadsdeel Oost. De Stichting Interculturele Participatie en Integratie (SIPI) biedt een trainingsprogramma en individuele coaching. Nevin (Groen Links) attendeert op stage-mogelijkheden in het Science Park.

Er is iemand uit de zaal die aandacht vraagt voor een Facebookpagina waar karweitjes op staan vermeld waarmee je een zakcentje kunt verdienen. Het is belangrijk banen laagdrempelig aan te bieden en dat jongeren tijdelijk werk accepteren. Een persoon uit de zaal vertelt dat hij geld is gaan verdienen als zelfstandige. Zo heeft hij zelf kansen gecreëerd.
De naam Wilders is één keer gevallen waarbij vrouwen o.l.v. “Indische Jasmijn” het voortouw hadden genomen aangifte te doen tegen zijn uitspraken over minder Marokkanen en naar de rechtbank waren gestapt.
Er is een oudere man die de zaal in het Arabisch toespreekt. Hij zegt dat de jongeren in de zaal “Hollandse jongeren” zijn en hij hoopt dat zij hoge posities zullen krijgen in de maatschappij of in de Tweede Kamer. Hij krijgt een oorverdovend applaus van de zaal. Onvermeld blijven echter de pijnlijke consequenties van de invoering van het leenstelsel…

Nieuwe wet gedwongen opnames

In 2018 zijn ruim 27.000 Bopz-verzoeken behandeld volgens de cijfers van de Raad voor de Rechtspraak. Het gaat daarbij om verzoeken voor gedwongen opnames waarbij de patiënt tegen zijn wil wordt opgenomen en behandeld in een ziekenhuis of instelling. Voor alle duidelijkheid impliceert het cijfer 27.000 niet dat er evenveel gedwongen opnames waren, want er zaten ook voorwaardelijke machtigingen bij die niet tot gedwongen opnames hebben hoeven leiden. Samen met Margré Jongeling, projectleider/coördinator bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten tijde van de parlementaire behandeling van de Wggz en Janneke van Gog, projectleider implementatie Wvggz van Arkin die vooraf jaren lang gelobbyed heeft namens de Nederlandse Vereniging voor de Psychiatrie (NVvP) bovendien, neem ik de belangrijkste kenmerken van de wetgeving door wat de positie betreft van patiënt c.q. cliënt/betrokkene enerzijds en familie en naastbetrokkenen anderzijds.
In de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (Wbopz) staat onder welke omstandigheden iemand onvrijwillig opgenomen en behandeld mag worden in een psychiatrisch ziekenhuis. De Wbopz wordt per 1 januari 2020 vervangen door de Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet Zorg en Dwang (Wzd). De Wzd is gericht op mensen met dementie en mensen met verstandelijke beperkingen. De Wvggz is bedoeld voor psychiatrische patiënten.


Bestaande wet te ingewikkeld
De totstandkoming van de Wvggz heeft tien jaar geduurd. Op 1 januari 2020 treedt de Wvggz in werking. Momenteel zijn partijen druk bezig met de voorbereiding op de implementatie (lente 2019, Red.) Directe aanleiding om de wet te veranderen was dat bij de derde evaluatie van de Wbopz in 2007 de conclusie is getrokken dat de wet te ingewikkeld was geworden door alle wijzigingen en bovendien niet meer aansloot bij de opvattingen over het verlenen van zorg. Er waren immers inmiddels nieuwe inzichten met ambulante zorg als Psychiatrische Intensieve Zorg Thuis (PIT), Flexible Assertive Community Treatment (FACT), het Intensief Behandel Team (IBT) en Case Managers.
De huidige Wet Bopz biedt de mogelijkheid iemand tegen zijn wil op te nemen. Voor opname zonder spoed geeft de rechter na beoordeling van een onafhankelijke psychiater een machtiging (Rechterlijke Machtiging) af. Bij acuut gevaar, bij voorbeeld verhoogde kans op zelfmoord, wordt de spoedmaatregel – een inbewaringstelling genoemd – opgelegd. Deze maatregel wordt opgelegd door de burgemeester.


Naar verplichte zorg
De nieuwe wet spreekt niet meer over gedwongen opname maar over verplichte geestelijke gezondheidszorg. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend, legt Janneke van Gog uit. Conform het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens (EVRM) kan een patiënt met ernstige psychiatrische problemen die niet geholpen wil worden, maar bij wie ingrijpen nodig is omdat hij een gevaar is voor zichzelf, voor anderen of zijn omgeving, opgenomen worden. Dwang mag alleen als uiterste middel worden ingezet. Dit uitgangspunt is als “nee, tenzij” in de Wvggz vestgelegd.


Van opname- naar behandelwet
Bopz vormt een opnamewet terwijl Wvggz een behandelwet is, vertelt Margré Jongeling met klem. “De gedwongen behandeling van een persoon is niet langer gekoppeld aan een gedwongen opname: je kunt in je eigen omgeving behandeld worden”. Janneke stelt voorop dat de Wbopz locatiegebonden is – je moet als patiënt opgenomen worden in een specifiek ziekenhuis/instelling – terwijl met de Wvggz zorg op maat kan worden gegeven buiten de kliniek, bij voorbeeld thuis of met begeleid wonen.
Tegelijkertijd hebben ook familie en naastbetrokkenen meer inspraak. Ypsilon, de vereniging van familieleden en naasten van mensen met psychosegevoeligheid, stelt dat het positief is dat in de nieuwe wet naastbetrokkenen (onder wie familievertrouwenspersonen) een volwaardige juridische positie krijgen. Dat niet de opname, maar de behandeling centraal staat, vindt Ypsilon ook een verbetering. In de nieuwe wet om een eigen plan van aanpak op te stellen om (proberen) te voorkomen dat hij verplichte zorg krijgt opgelegd. Ypsilon vindt dit een groot goed, maar maakt zich nog wel zorgen over de praktische uitvoering.
Margré vervolgt: “Alle vormen van dwang worden voortaan vooraf door de rechter getoetst”. Janneke vertelt: “Als er sprake is van een psychische aandoening met gevaar ofwel nadeel (voor zichzelf of de omgeving) waarbij een verband bestaat tussen deze twee componenten, wordt er gesproken over een zorgmachtiging (voorheen rechterlijke machtiging) die de behandelaar c.q. psychiater kan aanvragen. Het wordt multidisciplinair ingevuld door de behandelaar, in samenspraak met familie en naastbetrokkenen”. En de patiënt krijgt de mogelijkheid om zijn/haar zienswijze en voorkeuren aan te geven.
Als ik haar vraag of er ook minder goede kanten aan zitten, poneert zij: “Het nadeel van de wet is dat het proces van aanvragen van een machtiging veel meer stappen kent en daarmee ook veel meer bureaucratie, administratie en ook veel bemoeienis van allerlei verschillende partijen rondom de patiënt teweegbrengt: het wordt dus wel een beetje druk rond de patiënt”.
De geneesheer-directeur (die bijna altijd de psychiater is, Red.) bewaakt de kwaliteit van de besluitvorming en de dwangtoepassing. In het geval van een crisis kan gegrepen worden naar een crisismaatregel (voorheen inbewaringstelling). De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in kaart gebracht hoe deze regel is aangescherpt in de nieuwe wet. Er wordt mede gerefereerd aan het feit dat de burgemeester zo mogelijk de patiënt moet horen.


Herstel als vertrekpunt
Voorts is de bredere “herstelgedachte” verankerd in de wet; in plaats van de stoornis voorop te stellen wordt er gekeken wat iemand nodig heeft om te (blijven) participeren in het maatschappelijk leven, zoals huisvesting en werk. Hier is een rol voor de gemeente weggelegd. De gemeente komt ook om de hoek kijken als er verkennend onderzoek gedaan moet worden naar aanleiding van meldingen van familie of betrokkenen over een persoon. De gemeente moet dan poolshoogte nemen of deze man of vrouw (verplichte) ggz nodig heeft. Wat er voor de patiënt en betrokkenen nog meer gaat veranderen, is dat in het zorgplan (onder de wet Bopz nog behandelplan) staat welke zorg de betrokkenen krijgt. Het zorgplan is gebaseerd op de zorgkaart met de behoeften en wensen van de betrokkenen zelf, zodat de zorg goed past bij zijn situatie. Het wordt als document bijgesloten bij het verzoekschrift voor de zorgmachtiging. Tot slot heeft de patiënt meer klachtmogelijkheden.
De Wvggz geeft de psychiatrie meer mogelijkheden om patiënten te behandelen. Ambulante zorg? “Ja!” sluit Margré af. “Maar soms is een gedwongen opname passend. Het mooie aan de wet is dat er oog is voor lichte vormen van dwang maar ook voor gedwongen opname in hoogst beveiligde setting: je kunt nog steeds iemand gedwongen opnemen als dat op dat moment de meest passende zorg is”.
Op de vraag hoe het werkt om iemand in zijn eigen huis te behandelen antwoordt directeur GGZ Nederland Véronique Esman dat het gaat om een “uitdaging”. “Praktijkvoorbeelden zijn er niet, het is nooit eerder zo gedaan” aldus Véronique Esman. Voor de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) is het nog niet duidelijk wat de positie van de huisarts is in dit zorgveld. De LHV en Verenso (Vereniging van specialisten ouderengeneeskunde) hebben de minister verzocht op korte termijn in overleg te gaan over de benodigde randvoorwaarden om ambulante onvrijwillige zorg verantwoord toe te passen. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) is intussen bezig om een handreiking op te stellen voor ambulante dwang.

N.B. op de website www.ypsilon.org bereidt Ypsilon haar leden voor op de nieuwe wet met de toolkit “Het is crisis thuis”. Deze tools met steun en informatie over de nieuwe wet voor naastbetrokkenen vormen een buitengewoon goede handleiding.

Vergassingen of vergissingen?

Ik betrapte mezelf op deze verhaspeling bij het lezen van het boek “Psychogenocide” met als ondertitel “psychiatrie, kunst en massamoord onder de nazi’s” van auteur Erik Thys: Belgische psychiater, kunstenaar en musicus.

Adolf Hitler had in 1918 het licht gezien toen hij psychisch verblind was door gifgas. Met datzelfde gifgas zou hij zich jaren tegen de weerlozen keren. Ten tijde van de psychogenocide in de jaren ‘30/’40 van de 19e eeuw zijn de slachtoffers van sterilisaties, vergiftigingen, dodelijke verwaarlozingen en vergassingen grotendeels anoniem gebleven. Het is lastig na te gaan waar de lichamen liggen en de archieven zijn bovendien grotendeels onvindbaar of vernietigd.

Erik Thys heeft een gezicht gegeven aan alle kwetsbare groepen die met hun gebrek aan weerbaarheid geen bescherming hadden gekregen. Noch familie en hulpverleners aan wie ze toevertrouwd waren noch de maatschappij zelf waren voor hen in de bres gesprongen. Het ging om bejaarden, mannen, vrouwen en kinderen met een beperking of psychiatrische stoornis die arm, wanhopig, opstandig of behoeftig waren. Ze zijn en masse vermoord in aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Met het zigeunerkind Ernst Lossa op de omslag van het boek, van wie de blik verraadt dat de jongen dondersgoed in de gaten heeft wat voor lot hem te wachten staat, ontvouwt zich een boek dat meesterlijk geschreven is. Het is wetenschappelijk onderbouwd, met oog voor detail.

De psychiatrische patiënten moesten destijds uit de weg geruimd worden omdat ze het genetisch materiaal van het volk aantastten, maar net zo goed omdat ze geld kostten en niet productief waren. Was de zogenaamde nazi-operatie Tiergartenstrasse 4, afgekort naar dit adres met Actie T-4, allemaal daar om te doen geweest? De Actie T-4, ik citeer Erik Thys, “voltrok zich onuitgesproken en heimelijk zodat de bevolking het niet wist, of zich tenminste achter een niet-weten kon verschuilen”. De auteur vervolgt: “Over het “Wir haben es nicht gewusst” met de Shoah is veel geschreven, maar veel literatuur is ook van toepassing op de eliminatie van de psychiatrische patiënten door de nazi’s”. Van 1939 tot 1945 werden bijna 200 000 weerloze mensen gedood. Hun leven werd omschreven als “levensonwaardig”, hun moord als “Euthanasie”.

Genezen en doden werden in oorlogsomstandigheden evenwaardige taken van de geneeskunde aldus psychiater Erik Thys. Het is ongehoord dat zoveel artsen die actief betrokken waren bij de massamoord onder het regime van Hitler er gemakkelijk mee zijn weggekomen. De Duitse Vereniging voor Psychiatrie, Psychotherapie en Neurologie heeft pas in 2010 zich verontschuldigd voor de gruweldaden op de patiënten waarvan de saillante details niet bespaard blijven in het boek.

Er zijn enkele memorialen opgericht die herinneren aan deze zwarte bladzijde in de geschiedenis van Duitsland en andere Europese gebieden. In het memoriaal van kasteel Hartheim in het huidige Oostenrijk is het opmerkelijk dat diens organisatie een verband legt tussen de genocide onder het nazi regime en het hedendaagse concept van euthanasie. Zij spreekt zich daar afkeurend over uit, aldus Erik Thys.

Naar mijn mening hoort er een museum te komen. In 2002 is er een poging toe gedaan in Berlijn maar zonder resultaat helaas. Een documentaire van de genocide zou ook op haar plaats zijn, of, op zijn minst, een film die dan niet geromantiseerd is.

Erik Thys duidt dat het gevaar van genocide ook in het hier en nu op de loer ligt. Vanaf bladzijde 280 laat hij zien hoe mechanismen in werking treden waarbij mensen met verantwoordelijkheden niet afgerekend kunnen worden omdat er, net als in de nazi periode, geen juridische grondslag bestaat. Er was geen plicht want de Führermachtiging was geen wet of bevel maar een toelating. Zo kan iedereen zich gemakkelijk verschuilen achter het adagium “Wir haben es nicht gewusst”. Patiënten vinden de dood door nalatigheid, politieke slordigheid, bovengenoemde vorm van onverantwoordelijkheid, onverschilligheid en lafheid.

De vraag die ik me stel is hoe het er anno 2019 voor staat in Nederland. Hoe is het mogelijk dat ziekenhuizen genoodzaakt zijn faillissementen aan te vragen terwijl we steeds meer te maken krijgen met vergrijzing? Waar kunnen patiënten terecht in acute situaties? Om af te sluiten met de wijze woorden van de psychiater, die hij sprak in 2015, moeten we “uiteraard zonder de situatie in onze streken met de nazitijd te willen vergelijken ons er toch voor hoeden om in onze complexe en gespannen maatschappij de kwetsbare minderheidsgroepen als psychiatrische patiënten, chronisch zieken, mensen met een beperking, bejaarden, werklozen, vluchtelingen, illegalen enzovoort te problematiseren op een wijze die de deur opent naar onmenselijke maatregelen of praktijken”. En dan denk ik er achter aan dat we mogen hopen dat het justitieapparaat de garantie biedt dat in ons land de mensenrechten van al deze kwetsbare groepen beschermd zullen worden. En dat uitgerekend op het moment dat de sociale advocatuur op de schop dreigt te gaan…

www.plusminus.nl

Opnames in Parijs

De eerste keer dat ik in een psychiatrisch ziekenhuis werd opgenomen was in het buitenland, in het holst van de nacht.

Ik kan me nog herinneren dat iemand de weg afzette zodat ik begeleid kon worden naar een aftands bestelbusje. Kort te voren waren mijn ouders telefonisch ingelicht. Toen ik de volgende dag wakker werd, lag ik in een bed en merkte ik dat ik mijn eigen kleding niet aan had. Ik greep mis naar mijn horloge en mijn mobiele telefoon. Ik bleek in Hôpital Sainte Anne te zijn, een tussenstation. Eten werd gebracht in mijn kamertje maar dat eten vertrouwde ik niet. Ik had immers de vorige dag meegemaakt dat op het moment dat ik het huis uitvluchtte en daarbij mijn partner en dochter achterlatend, ik niemand kon bereiken met mijn telefoon en, minstens zo erg, niemand míj telefonisch kon bereiken. Dit was geen waanbeeld. Ik had kort te voren gebeld met een journalist van het Parool en de verwachting uitgesproken dat het huis van Oranje in het in de toekomst voor het zeggen zou krijgen. Het is voor mij nog steeds een moment in mijn leven geweest dat mijn identiteit gewist had kunnen worden zonder schuldvraag.

Ik werd gezien door een jong ogende psychiater met een Poolse achternaam. Voor ik er erg in had, was ik omringd door personeel van het ziekenhuis met witte jassen aan en werd ik platgespoten. Toen ik ontwaakte, stonden mijn vader en broer uit Nederland naast mijn bed. het bed stond in Hôpital Bichat, Secteur Montmartre. Mijn ervaring van de 2 weken durende ziekenhuisopname die erop volgde, was dat ik geen enkel vertrouwen had in het hele gebeuren en dus de medicatie door de wc trok, minimaal at in de kantine waar de patiënten afgezonderd aten van de verpleging en dat ik smulde van de reep chocolade van de vrouw op leeftijd van de Nederlandse Vereniging die me de dag ervoor had opgevangen op straat. Zij was er bij dat ik het drankje dat ze voor me besteld had in een café, waar toevalligerwijs Nederlanders zaten, ineens uitspuugde: was ik niet eerder die dag ontglipt aan een verdwijning? Ik zou later nog vaak door mijn intuïtie laten leiden.


Voor de rokers van het ziekenhuis was er een buitenruimte toegankelijk die later is gesloten vanwege suïcide gevallen vanaf dat dak. De gemeenschappelijke ruimte had veel weg van een zaal voor bejaarden die naar een stokoude televisie turen. Keek ik naar buiten, dan zag ik de “ergste” gevallen op een lagere etage buiten lopen. Ik zal nooit vergeten hoe ik schizofrenie patiënten daar letterlijk zag worstelen met hun demonen. Verder stond er ineens een naakte man naast mijn bed.

Na 2 weken ging ik aan het werk bij mijn nieuwe werkgever die van niks wist, 40 uur per week! Aangezien ik iedere dag tientallen druppels haldol slikte, liep ik er als een zombie rond.

De begeleiding na mijn eerste opname in Frankrijk is nihiel geweest. Met mijn depressie die 8 maanden ging duren was mijn behandelaar een psychiater die er wel voor de pillen was maar niet voor het praten. Toen ik maandenlang antidepressiva bleef slikken – ook lang nadat de depressie voorbij was – ben ik met Pasen 2009 op doorreis in Nederland met een psychotisch manisch beeld opgenomen. De diagnose Bipolaire stoornis I werd gesteld door een zeer vakkundige, vrouwelijke psychiater uit België. Terug in Parijs heb ik direct contact gezocht met de polikliniek CMP (Centre Médico Psychiatrique) om me in te schrijven als regulier patiënt. Ik hoefde voortaan niet meer € 65  per consult van amper 10 minuten te betalen. Ik kon bij de polikliniek CMP met de regelmaat van 1x per maand mijn behandelend psychiater zien.

Tijdens de kerstvakantie 1 ½ jaar later werd ik opnieuw opgenomen, wederom in de Oostelijke Binnenring.

Het grootste verschil met mijn opnames in Frankrijk en Nederland was de duur van het verblijf: 2 weken in Frankrijk versus 2 maanden in Nederland. Kwestie van beddentekort?
Home sweet home zullen we maar zeggen!

N.B. De vrouw op leeftijd die mij geholpen heeft, en met mij vele andere lotgenoten, heeft 60 jaar lang gewerkt voor de liefdadigheidsinstelling Royal British Legion van wie zij een onderscheiding heeft mogen ontvangen. Zij heeft zich ook jarenlang ingezet voor Nederlandse organisaties als Aneas en de ANWB alarmcentrale. Een koninklijke onderscheiding van toenmalige koningin Beatrix is haar helaas niet ten deel gevallen. Volgens de toenmalige Consul bij wie ik de aanvraag voor een onderscheiding had ingediend zou in dat geval iedereen wel hiervoor in aanmerking komen. Dat is en blijft een schande!
 
 
 


Alan Turing voortaan op bankbiljet in de UK

Een bekend slachtoffer van stigmatisering uit onze recente geschiedenis is Alan Turing. Een praktijkgeval ‘stigmatisering’ met afschuwelijke gevolgen: Alan Turing pleegde zelfmoord. Hiermee kwam een einde aan zijn wetenschappelijke bliksemcarrière die bijna twintig jaar duurde, als grondlegger van de computer.

Om te beginnen heeft hij geen gemakkelijke jeugd gehad: na zijn geboorte in 1912 wordt hij gescheiden van zijn ouders van wie de vader een koloniale bestuursfunctie in India bekleedde. Nadat hij in een pleeggezin is opgevangen, brengt hij zijn schooltijd door op de Sherbone Grammar school waar het gangbaar was dat leerlingen geslagen werden.

In zijn pubertijd ontdekt hij zijn homoseksualiteit en zijn wetenschappelijke talent voor wis- en natuurkunde. Door deze eigenschappen raakt hij geïsoleerd in een maatschappij die doordrenkt is van klassieke, Victoriaanse waarden. Homoseksualiteit past niet bij ‘goede zeden’. Zijn talent voor wiskunde maakt het aanvankelijk mogelijk dat hij aan de vorming tot gentleman kan ontsnappen die men hem oplegt en waarin hij zich niet herkent. Verder doet hardlopen hem goed. Tijdens het lopen functioneert zijn lichaam mechanisch en dat bevrijdt zijn gedachten, aldus Alan. Hij eindigt tweede op de drie mijl bij een hardloopwedstrijd van het National Physical Laboratory.   

Alan Turing wordt toegelaten tot de universiteit van Cambridge, waar hij naderhand gaat werken als docent en onderzoeker. Hij gaat uit van het idee dat een mens hetzelfde kan afleiden als een machine. Intussen is Turing verbonden geweest aan de Princeton Universiteit, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1940 gaat hij werken voor het geheime centrum van de Britse Cryptologische Dienst. Zijn missie is de versleutelde boodschappen van de verschillende Duitse diensten te ontcijferen. Het lukt hem de code van de Duitse Enigma machine te ontcijferen zonder dat de Duitsers er erg in hebben. Voorts wordt hij in het geheim naar de VS gestuurd waar hij onder meer meewerkt aan een project om stemmen te versleutelen, zodat Churchill en Roosevelt over en weer kunnen praten over een beveiligde telefoonlijn. Turing was vast en zeker ook betrokken bij het atoombomproject.

Alan krijgt steeds meer belangstelling voor elektronica die in zijn ogen dienen om zowel snelheid te winnen als om geheugens te realiseren. In 1946 dient Turing een concept in voor de bouw van een computer: de Turing machine. 

Als Fellow van de Royal Society wordt hij voorgedragen als lid van het beroemdste wetenschappelijke genootschap ter wereld, waar ook Newton lid van is geweest. Iemand die voor zijn inzet in de oorlog gedecoreerd is met een Order of the British Empire en zich ontpopt als een toegewijde wetenschapper die één van de beste wiskundigen is van zijn generatie bovendien. 

De (uiterst conservatieve) Britse samenleving probeert hem in het gareel te houden, waarbij hij als wetenschapper kon gedijen maar meer afstand moest nemen tot zijn seksuele geaardheid. Turing wil daar niets van weten. Hij is verre van conformistisch: zonder het te ontkennen krijgt hij relaties met mannen, onder wie iemand die negentien jaar oud is. Dit wordt hem fataal: in 1952 wordt hij aangeklaagd wegens ‘herhaalde praktijken van grof onfatsoen in gezelschap van een andere man’.

Anno 2019 is het nauwelijks voor te stellen dat de regering in het Verenigd Koninkrijk zich zorgen zou maken over de seksuele geaardheid van een wetenschapper die internationaal doorbreekt. Begin jaren ’50 vorige eeuw was Groot-Brittannië zeer conservatief. In het geval van Alan stelt de rechtbank van Manchester hem voor de keus om ofwel een gevangenisstraf uit te zitten ofwel een hormoonbehandeling te ondergaan. Alan redeneert dat hij de wetenschap zou moeten opgeven als hij in een cel zou belanden. Dus kiest hij voor de behandeling voor normalisatie van het libido. Deze behandeling heeft bijwerkingen als het uitblijven van erecties en borstgroei. Niet wetende dat er effecten zouden zijn waar geen rekening mee was gehouden zoals een andere stem zodat hij het gevoel heeft bijna een vrouw te zijn…

Pas in 2009 kreeg de computerwetenschapper postuum eerherstel van de Britse overheid. Intussen had Apple allang een eerbetoon bedacht: het stukje uit de appel in het logo verwijst naar de wijze waarop Alan Turing zelfmoord heeft gepleegd.  Met het eten van een appel, die hij zelf vergiftigd had met hoogstwaarschijnlijk cynanide. An apple a day keeps the doctor away? Het schuim lag op zijn mond. Of verwijst het computermerk Apple naar de appel van Newton? Er is geen eenduidig antwoord op te vinden.

Het leven van Alan Turing is in 2014 verfilmd door regisseur Morten Tyldum in The Imitation Game. Deze – zeer geromantiseerde – film is gebaseerd op de biografie over Alan Turing: The Enigma, van Andrew Hodges. Medio juli 2019 maakt de Bank of England haar voornemen bekend om de computerpionier op een bankbiljet van 50 pond af te drukken. Naar verwachting wordt het vanaf eind 2021 in de roulatie gebracht.

www.plusminus.nl

Interview met schrijver / dichter Lévi Weemoedt

“Aan mijn therapeut te horen / zit mijn bril tussen mijn oren”.

Ik zit met Lévi Weemoedt op een terras in Assen. Een vrouw niest, haar vriendin roept: ”Gezondheid”. Weemoedt buigt zich naar de twee toe en zegt: “Zo heet  mijn nieuwe bundel!” Hij legt mij vervolgens uit dat steeds meer mensen allergisch zijn voor het een en ander. Iedereen niest en proest. Dat is heel fijn allemaal, want dat zorgt dan voor gratis reclame… Deze schrijver/dichter van boeken met titels als “Daar komt de bruid…”, “Van harte beterschap – kleine trilogie der treurigheid”, “Ons soort mensen” en “Overal wat”, heeft me intussen het ontwerp voor de cover van zijn nieuwe werk laten zien. Er zit een tissue op. Het boekje verschijnt in oktober 2019 bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, voorzien van zijn pseudoniem.

Wie denkt dat Izaäk Jacobus van Wijk op de leeftijd van 70 jaar met pensioen is, heeft het dus goed mis! Vooral als je bedenkt dat hij in 2018, mede dankzij zijn optreden bij  De Wereld Draait Door, maar liefst 80 000 exemplaren heeft weten te verkopen van de bloemlezing gedichten  “Pessimisme kun je leren!”. Özcan Akyol heeft het samengesteld. Samen met hem heeft hij door het land getrokken en zodoende heel veel boekhandels en theatertjes aangedaan. Op de meeste festivals, waaronder Lowlands, worden ze samen geboekt. Een andere, persoonlijke vriend is Maarten Biesheuvel. Izaäk werd al in zijn beginjaren door Maarten in Propria Cures gespot als “groot schrijver”.  

Intussen is vroeg werk à € 4,99 herdrukt. Het gaat om “Akte van verlating”, opgedragen aan zijn moeder. Als de hoofdpersoon hier de stofzuiger opzettelijk van de trap laat vallen, krijgt hij geen pak slaag. Dat maakt het heel diffuus. Het is afwijkend gedrag en daar heeft hij niet van terug. De personage is Izaäk zelf die affiniteit heeft (gekregen) met mensen die anders zijn dan anderen; onder wie mensen met een psychische stoornis. Hij is er mee opgegroeid. Dat verklaart vast waarom hij bereid is geweest in PLUSminus te verschijnen. In de regel wimpelt hij driekwart van de telefoontjes met een verzoek om een interview af.

Zelf weet Izaäk, helaas, maar al te goed wat zware depressies zijn.  Hij is ook bekend met de afwisseling van lethargie en hyperactiviteit zonder zichzelf te rekenen tot bipolaire patiënten. ”Het zijn uitersten van dingen die we allemaal hebben”, zegt hij. In de ogen van de schrijver/dichter is erfelijkheid  een enorm belangrijke factor. Het lot is daar ook mee bezegeld; zie het volgende gedicht: (bron: Liedjes van Welzijn, Volksgezondheid en cultuur, 1987)

Reddeloos

O, ’t was

zoals mijn Moeder

het voorzag:

ik groeide op

voor galg

en

Riagg.

Als ik vraag of schrijven therapeutisch werkt, stelt Izaäk voorop dat je als schrijver eerst een zekere opgewektheid moet hebben. Je dient licht opgeruimd te zijn. Je moet kunnen lachen om je eigen getob, wil je iets op papier krijgen. Nog voor zijn dertigste kampte de auteur met een alcoholprobleem. “Vraag me niet wat ik er aan heb moeten doen, maar eerder wat ik er voor heb moeten laten”. Schrijven helpt je er niet bovenop. Hij legt verder uit dat ziek zijn een noodgedwongen vorm van narcisme is. Alles draait om jou! Sinds een ingrijpende open-hart operatie is hij overigens minder zwaar op de hand.

Medio augustus  2019 verschijnt een selectie korte verhalen die eerder verschenen zijn doch de tand des tijds hebben doorstaan. Het gaat om “De scherven van het geluk”. De grootste klassieker van zijn werk in verhalende vorm is misschien toch wel “De ziekte van Lodesteijn” (elfde druk 2018). Het gaat om een tragikomisch, autobiografisch werk dat zich afspeelt op een noodschool. De hoofdpersoon  is leraar Klassieke talen (en niet Nederlands, zoals het geval is geweest bij de schrijver zelf) die het aan de stok krijgt met de staf van de school.  Na het verschijnen van het boek heeft de rector  zich laten ontvallen dat hij “hem mooi weggepest had”.  (…) Het leest weg als “Het bureau” van Voskuil. Niettemin was Izaäk er het eerste bij met dit genre! “Met  fantasie bereik je veel maar het moet wel geloofwaardig blijven. Dát, zegt Izaäk, is het geheim van schrijven. Het is beeldende kunst.  Ik probeer te schilderen met woorden. Schrijven is beschrijven”.

Izaäk heeft ook zijn sporen verdiend in de journalistiek en dan met name bij het Algemeen Dagblad. Bovendien heeft hij 7 jaar als docent gewerkt in de bajes. Hij had zich geen betere werkomgeving kunnen toewensen als toen, na het overlijden van zijn vrouw in 2002. Hij leeft van zijn schrijven, als ZZP’er, maar daar heeft hij het nooit over.

Wie zich afvraagt of je ook luister-boeken kunt bestellen, komt bedrogen uit. Althans, er is wel  een werk getiteld – “Een vergeetbaar man 30 jaar verhalen“  – uitgegeven met een cd met ingesproken teksten van Lévi Weemoedt (2005).  Het is echter inmiddels een collectors item. De desbetreffende, innemende uitgever Ad. Donker is overleden. Verder bleek het, let wel, € 75 op te leveren voor Lévi Weemoedt als hij een dag zou doorbrengen in een studio in Weesp om gedichten in te spreken (…)

Izaäk torst 350 gedichten mee, na meer dan 40 jaar schrijven. Waar de dichter telkens de inspiratie vandaan haalt, verschilt. Veelal pikt hij dingen op van de straat. Zo vertelt hij dat hij iemand heeft horen zeggen dat als hij zijn leven een cijfer had moeten geven, het een 4 was. Met dat gegeven kwam Lévi aan met het volgende gedicht: (bron: Met enige vertraging, 2014)

Tevredenheidstest

De kwaliteit van mijn leven

een cijfer gevend.

daarbij rekening houdend

met de factor plezier,

ook geluk in de liefde

in ogenschouw nemend,

depressieve gedachtes als:

“Wat doe ik nog hier?”

kom ik uit op een 4.

Als ik Izaäk vraag waar hij een gedicht van zijn hand zou willen zien in het openbare leven, geeft hij als antwoord dat er één is onder aan de brug in zijn woonplaats Assen. Niet zonder zelfspot vertelt hij er bij dat het een brug betreft die nooit open gaat!

Intussen gaat de telefoon van de schrijver/dichter herhaaldelijke malen over. Hij drukt de meest bellers weg. Met een simpele telefoon want een smartphone is niet aan hem besteed. Hij heeft geen zin “de hele wereld in zijn broekzak te dragen”. Mensen leven in een cocon. De digitale revolutie is ingrijpender dan we denken. The internet is not the answer.

Tot slot vraag ik met wie ik het genoegen had te praten. Met Lévi Weemoedt of met Izaäk Jacobus van Wijk? Dat was de vraag van mijn 12-jarige dochter namelijk. Lévi en Izaäk verschillen, hoor ik. Lévi is verre van 70 zoals Izaäk. Lévi is de dromer, nog steeds een puber met leuke meisjes in zijn hoofd. Geestelijk niet ouder dan 16. Denk aan Peter Pan. Lévi is ook de performer, die bijna al zijn versjes uit zijn hoofd kent als hij voor publiek staat. Izaäk begint meteen te stotteren als je hem vraagt wat op te zeggen. En dat bewijst hij als ik hem vraag een van zijn nieuwste versjes te laten horen. Het blijft lang stil. Dan klinkt eindelijk zijn stem: ‘Aan mijn therapeut te horen/ zit mijn bril tussen mijn oren’.

www.plusminus.nl

La bohème

Deze Franse chanson van Jacques Plante (1920 – +2003) is in 1965 voor het eerst vertolkt door Charles Aznavour (1924 – + 2018). De zanger duikt direct met je terug in de tijd die de generatie van 20 jaar en jonger niet heeft meegemaakt. Er is vanaf het begin onherroepelijk een hang naar nostalgie, zeg maar gerust eeuwige jeugd (“on était jeunes, on était fous”).

Oorspronkelijk verwijst “La bohème” naar Balzac die in 1844 het heeft over een gemeenschap die niks heeft en leeft van wat zij bezit. Hoop doet leven. “(Nous étions quelques-uns, qui attendions la gloire”).De enclave van la bohème die haar hoogtepunt bereikt aan het begin van de 20e eeuw bevindt zich in Montmartre. Het is een kunstenaarsoord waar intelligentsia en artiesten zich moeten behelpen met wat ze hebben. De één verruilt dichtregels tegen eten, de ander poseert naakt.

Als de zanger tegen het einde van het lied terugkeert op vertrouwd terrein, levert Montmartre echter  een trieste aanblik op (“Montmartre semble triste”) met seringen die er verwelkt bij hangen (‘les lilas sont morts’).  In de laatste strofe zingt Aznavour dat de verteller, die inmiddels op leeftijd is,  Montmartre niet meer terug herkent. Of dit komt doordat hij de tijdgeest niet meer goed aanvoelt of omdat de kunstenaarskolonie haar ziel heeft verloren en is overgeleverd aan het toerisme blijft vooralsnog onduidelijk… 

Ik luister hier het liefst met mijn stille liefde naar. Al is er een generatiekloof tussen ons, onze liefde is minstens zo sterk als de liefde die Aznavour bezingt van de jonge kunstenaars onder elkaar.